Het rijksmonument en Rotterdams enige Jugendstil kerkgebouw werd gebouwd tussen 1895-1897 naar het ontwerp van Henri Evers en J.P. Stok. Evers ontwierp 20 jaar later het stadhuis van Rotterdam. Het kerkgebouw ligt op de hoek van de Westersingel en het Museumpark.

Een nieuwe kerk in 1897

In januari 1895 besluit de kerkenraad van de Remonstrantse Gemeente tot nieuwbouw. Dit nadat de situatie in de oude (schuil)kerk achter de Visschersdijk na vele malen schade bij een hoge waterstand onhoudbaar was geworden. Eerdere ontwerpen voor nieuwbouw op de toenmalige lokatie waren afgewezen. Een bijzondere kans doet zich voor doordat de gemeente Rotterdam het terrein van de oude kerk wilde hebben voor uitbreiding van het toenmalige gebouw van de Beurs. Het oude terrein wordt, met bijbetaling van 14.320 gulden en voortgaand gebruik tijdens de bouw,  geruild tegen het huidige terrein aan de Westersingel.

Tegen het nieuwe terrein waren destijds wel wat bezwaren. Het lag destijds nogal afgelegen, aan de rand van de toenmalige stad met achter het gebouw weiland, het land van Hoboken. Het duurde nog vele jaren voordat met de aanleg van de Mathenesserlaan en Het Park werd begonnen. Museum Boymans en de westelijk gelegen witte villa’s werden pas in de periode 1928-1938 gerealiseerd. Het medisch complex Dijkzigt / Erasmus MC en het Nederlands Architectuur Instituut volgden nog veel later.

Maar de voordelen werden als groter gezien. Al in de vergadering van juli 1895 geeft de kerkenraad opdracht tot de aanleg van de fundering. In hetzelfde jaar wordt de fundering en onderbouw aanbesteed en uitgevoerd door de firma Mees-Visser uit Papendrecht. Gedurende de winter wordt alles afgedekt. Van het voorjaar 1896 tot voorjaar 1897 wordt gebouwd aan kerk en toren door de firma Nederhorst uit Gouda. Kosten van gebouw inclusief meubilair in totaal 134.503 gulden. De feestelijke inwijding vindt plaats tijdens de dienst van 23 mei 1897. Het orgel, de galmborden en vermoedelijk een eerste luidklok volgden ruim een jaar later. Alles in een enorm tempo dus.

De architecten Evers en Stok

Van de ongeveer veertig kantoren en pakhuizen die Jacobus Pieter Stok Wzn. (1862-1942) ontwierp zijn vele tijdens het bombardement gesneuveld. Stok werkte in een eclectische stijl, dat wil zeggen met elementen uit diverse stijlen. Bekende gebouwen van Stok zijn het Hulstkampgebouw aan de Maaskade, het kantoor van de Steenkolen-Handelsvereeniging aan de Westerkade en de Graansilo aan de Brielselaan. In Kralingen aan de Essenlaan 64 realiseerde Stok in 1903 een bijzonder woonhuis. Stok was voor de nieuwbouwplannen al betrokken bij het onderhoud van de kerk achter de Visschersdijk.

De naam van Henri Evers (1855-1929) is ook verbonden met het stadhuis  aan de Coolsingel (1914-1920), eveneens in de eclectische stijl. Daarnaast ontwierp hij onder meer het Calandmonument en de Wilhelmina-fontein op het Burgemeester Hoffmanplein. Evers was  belangrijk als leraar aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen en als hoogleraar aan de Polytechnische School in Delft. Hij woonde tussen 1887 en 1902 in Rotterdam. Evers was getrouwd met de dochter van een predikant van de Remonstrantse Kerk.

Het ontwerp

In 1895 is er nog geen Museumpark of Mathenesserlaan. Wel wordt gesproken over een straat in het verlengde van de Witte de Withstraat. De bedoeling is dat deze straat vanaf de Westersingel omhoog loopt. In 1927 werd besloten dat dit niet zou gebeuren. Hierdoor ligt de ingang aan de zijde van het Museumpark wel te hoog, volgens plan zouden de deuren op straatniveau liggen. Trappen moesten daarom toen worden aangebracht en de hardstenen plint naar beneden verlengd.

Het ligt voor de hand om de hoofdingang van het kerkgebouw aan de Westersingel te situeren. Volgens de bouwvoorschriften moest de muur op de erfafscheiding naar buurman Willem Ruys (thans kantoor Van Lanschot) blind blijven, dus geen ramen krijgen. Architect Evers koos daarbij voor centraalbouw in plaats van de voor de hand liggende basiliek vorm. Door de kansel tegen de blinde muur te situeren, ontstaat de mogelijkheid het licht via de gevel aan de Westersingel en de gevel aan de binnenplaats symmetrisch ten opzichte van de hoofdas van de kerk binnen te laten vallen.

In de kerkzaal zijn de zitplaatsen om de kansel gegroepeerd. Vanuit elke zitplaats is de predikant goed zichtbaar, ook doordat lichte gietijzeren kolommen worden toegepast. In het middenvak wordt verplaatsbaar meubilair gebruikt om deze ruimte ook te kunnen gebruiken voor avondmaalvieringen en voor andere bijeenkomsten. Vier traptorens staan op de hoeken van de rechthoekige plattegrond. De traptoren op de hoek is doorgetrokken tot een klokkentoren van 42 meter hoog. Tussen de traptorens is de kerkruimte overspannen met een houten kruisgewelf.

In die tijd ongebruikelijk kiest Evers voor het laten zien van de toegepaste bouwmaterialen en was daarbij geïnspireerd door de vroegchristelijke Syrische kerken. In het interieur overheersen naast de rode bakstenen het diep-bruin-rode tint van teakhout voor betimmeringen en pitch pine (grenen) voor de gewelven. Om de lichtval in het middenvak aan te sterken is het teakhout van de balustrade lichter behandeld dan dat van de vaste kerkbanken.

De decoratieve elementen hebben een uitgesproken Jugendstil karakter. Recht tegenover de kansel is de belangrijkse raampartij met glas-in-lood van De Contini, die ook andere raampartijen ontworpen heeft. Stenen en bronzen kapitelen en consoles zijn ontworpen door de beeldhouder Simon Miedema. Van hem zijn ook de vijf bronzen panelen op de op een sokkel van Zweeds graniet geplaatste kansel. Boven de boogvormige hoofdingang staat Eenheid in het noodige, vrijheid in onzekere, in alles de liefde” geflankeerd door twee gebeeldhouwde vrouwenfiguren, die vrijheid en verdraagzaamheid symboliseren. Facchina uit Parijs heeft een aantal glasmozaïeken ontworpen, onder meer boven het grote raam aan de Museumparkzijde drie portretten, waaronder dat van Arminius.

De kerk toen en nu

In 1909 bracht de gemeente Rotterdam uurwerken en wijzerplaten in de toren aan. Het eigendom en het onderhoud berust nog steeds bij de gemeente Rotterdam. In 1942 werden de drie kerkklokken door de bezetter weggehaald en versmolten. In 1948 werden de door Van Bergen uit Heiligerlee vervaardigde en door drie families aangeboden nieuwe klokken in gebruik gesteld: de Libertas, Caritas en Unitas.

De huidige hal vanaf de ingang Museumpark is de vroegere binnenplaats. De muren daar zijn dus eigenlijk buitenmuren. De tegenwoordige predikantenkamer is ontworpen als een uitbouw in die binnenplaats, met een plat zinken dak. In 1958 wordt de binnenplaats overdekt.

Tot in de jaren zestig bestond de mogelijkheid om vaste plaatsen te huren, de diverse naamplaatjes getuigen hier nog van. In 1978 is het stoelenplan in de kerkzaal gewijzigd, in de punten werden de kerkbanken weggehaald, het aantal zitplaatsen daalt van 1300 naar 1030. In 1965 was het door verval noodzakelijk om de hekken rond het voorplein te verwijderen, in 1982 wordt de opgang voor minder validen aangebracht. Na een brand in 1985 is onder meer het plafond van de kerkenraadskamer aangepast.

Het orgel

Het uit 1898 daterende orgel is gebouwd door de Amsterdamse orgelbouwers Steenkuyl en Recourt. Zowel in lijnen als in materiaalkeuze vormt het een harmonieus geheel met de kansel en de balustrade van de gaanderij. Boven in het orgel zijn de portretten opgenomen van de vijf toondichters van het kerklied: Luther, Sweelinck, Bach, Händel en Mendelssohn. Voor het laatst in 1978 heeft een restauratie plaatsgevonden door de orgelbouwer Van den Heuvel uit Dordrecht.

Bronnen

Bij de informatie over de architecten Evers en Stok. www.wonen.rotterdam.nl

Bij de tekst over het kerkgebouw is op ruime wijze gebruik gemaakt van de informatie uit: 'De Remonstrantse Kerk te Rotterdam 1897-1987'; J.G. de Bijll Nachenius-Sterkenburg. 'Arminianen in de Maasstad, 375 jaar Remonstrantse Gemeente Rotterdam'; hoofdstuk: Van verboden samenkomst tot platform voor kunst, cultuur en debat; J.G. de Bijll-Nachenius-Sterkenburg.

Het kerkgebouw